Citaat | Rechtbank Limburg 21 januari 2026

Onder 4.3. Rechtbank Limburg 21 januari 2026

Een alinea uit Rechtbank Limburg 21 januari 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:326.

[gedaagde] betwist dat er een verplichting bestaat op grond waarvan zij SLF voorafgaand aan de turboliquidatie over dit voornemen diende te informeren. Volgens [gedaagde] heeft hij daarnaast SLF wel degelijk achteraf (onverwijld) geïnformeerd over de deponering en daarmee voldaan aan zijn verplichting zoals neergelegd in artikel 2:19b lid 2 BW. Dat de brief van 10 augustus 2024 abusievelijk de verkeerde vennootschap vermeld en niet [bedrijf] als afzender vermeld staat, doet aan het voorgaande niets af, aldus [gedaagde] . De brief is namelijk tijdig verzonden aan het laatst bekende adres van SLF en [gedaagde] staat als afzender op de brief vermeld, waardoor het voor SLF duidelijk was dat de brief werd verstuurd namens [bedrijf].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8550cd759c5e2ea08d739f46fca2701bbe8098dd40954e617f835169f3553b21. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8550cd759c5e2ea08d739f46fca2701bbe8098dd40954e617f835169f3553b21, en de alinea staat in dat document op bytes 25729 tot 26561.