Citaat | Rechtbank Maastricht 28 juni 2006

Alinea 145 Rechtbank Maastricht 28 juni 2006

Een alinea uit Rechtbank Maastricht 28 juni 2006, ECLI:NL:RBMAA:2006:AX9549.

3.2.1 De rechtbank overweegt dat voornoemd argument van [Gedaagde] niet van doorslaggevende betekenis is voor de kwalificatie van de relatie tussen partijen en ook niet voor de binnen die relatie voor partijen bestaande verantwoordelijkheden. Waar partijen het erover eens zijn dat hun relatie was te kwalificeren als een adviesrelatie, zal de rechtbank daarvan uitgaan. Dit brengt met zich dat [Eiser], ook al zou de relatie feitelijk lijken op execution only, binnen die adviesrelatie van [Gedaagde] meer mocht verwachten dan bij een relatie op basis van execution only. Dit klemt te meer, nu [Eiser] onweersproken heeft gesteld dat [Gedaagde] voor haar dienstverlening provisie volgens het - hogere - adviestarief en niet volgens het tarief voor execution only in rekening heeft gebracht, zodat [Eiser] dus feitelijk ook heeft betaald voor de toegevoegde waarde van de adviesrelatie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/116ca40335210687b44adc7d8420e71065acd74e58163c9e1c8772b9fa1b0a60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 116ca40335210687b44adc7d8420e71065acd74e58163c9e1c8772b9fa1b0a60, en de alinea staat in dat document op bytes 51371 tot 52271.