Citaat | Rechtbank Maastricht 28 juni 2006
Alinea 151 Rechtbank Maastricht 28 juni 2006
Een alinea uit Rechtbank Maastricht 28 juni 2006, ECLI:NL:RBMAA:2006:AX9549.
3.3.3 De rechtbank neemt voorts in aanmerking dat de relatie tussen [Gedaagde] en [Eiser] reeds sedert 1982 bestond. Tussen partijen staat vast dat [Eiser] gemiddeld twee keer per week naar het kantoor van [Gedaagde] ging en aldaar persoonlijk inhoudelijk contact had met zijn beleggingsadviseur(s) over zijn portefeuille. [Eiser] heeft zich bovendien gepresenteerd als een geïnteresseerd belegger, aan wie [Gedaagde], gelet op de periode waarin hij in effecten heeft gehandeld en ook gezien de - door [Gedaagde] gestelde en door [Eiser] onweersproken gelaten - omstandigheid dat hij als procuratiehouder van andere beleggers optrad, de nodige ervaring en deskundigheid mocht toeschrijven. [Eiser] heeft ter comparitie nog aangegeven dat hij sinds circa 1990 in opties handelde en [Gedaagde] heeft ter comparitie onbetwist gesteld dat [Eiser] in ieder geval sinds 1996 ongedekte (put)opties schreef. Tevens is de rechtbank uit de stukken gebleken dat [Eiser] bekend was met de klappen van de zweep: in 1998 heeft [Eiser] immers vanwege door hem geschreven putopties Stork een verlies geleden van circa
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/116ca40335210687b44adc7d8420e71065acd74e58163c9e1c8772b9fa1b0a60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 116ca40335210687b44adc7d8420e71065acd74e58163c9e1c8772b9fa1b0a60, en de alinea staat in dat document op bytes 56466 tot 57583.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/116ca40335210687b44adc7d8420e71065acd74e58163c9e1c8772b9fa1b0a60 | shasum -a 256