Citaat | Rechtbank Maastricht 28 juni 2006

Alinea 177 Rechtbank Maastricht 28 juni 2006

Een alinea uit Rechtbank Maastricht 28 juni 2006, ECLI:NL:RBMAA:2006:AX9549.

Anderzijds slaat de rechtbank acht op hetgeen zij hierboven onder 3.3.2 en 3.3.3 heeft overwogen. Op grond daarvan komt de rechtbank tot het oordeel dat, met name gelet op de deskundigheid van [Eiser] en zijn in het verleden met margintekorten opgedane ervaringen, geen sprake is van een verwaarloosbaar klein percentage eigen schuld. De rechtbank overweegt in dit verband nog dat zij aannemelijk acht dat [Eiser], zoals [Gedaagde] bij antwoord onder 9.1 stelt, steeds bankafschriften, totaaloverzichten van zijn portefeuille en marginoverzichten heeft ontvangen. Als producties 15 en 16 heeft [Gedaagde] aan [Eiser] gerichte vermogensspecificaties en marginoverzichten in geding gebracht. De hiertegenover staande enkele stelling van [Eiser] dat hij nimmer, ook niet in de periode mei 2002 tot en met september 2002, inzage heeft gehad in marginverplichtingen acht de rechtbank onvoldoende ter weerlegging van voornoemde stelling van [Gedaagde]. Bovendien zou het, indien [Eiser] al daadwerkelijk geen afschriften hebben ontvangen, op zijn weg hebben gelegen zijn beleggingsadviseur bij gelegenheid van een van zijn bezoeken aan [Gedaagde] hierop aan te spreken. [Eiser] heeft niet gesteld dat dit is gebeurd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/116ca40335210687b44adc7d8420e71065acd74e58163c9e1c8772b9fa1b0a60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 116ca40335210687b44adc7d8420e71065acd74e58163c9e1c8772b9fa1b0a60, en de alinea staat in dat document op bytes 73499 tot 74722.