Citaat | Rechtbank Maastricht 28 juni 2006

Alinea 181 Rechtbank Maastricht 28 juni 2006

Een alinea uit Rechtbank Maastricht 28 juni 2006, ECLI:NL:RBMAA:2006:AX9549.

3.11 In het navolgende zal de rechtbank er veronderstellenderwijs van uit gaan dat [Eiser] geen toestemming heeft gegeven voor het aangaan van deze transactie. [Gedaagde] heeft beroep gedaan op het bepaalde in artikel (I) 12 Voorwaarden Effectendienstverlening [Gedaagde] AMRO. Dit beroep slaagt. [Eiser] heeft niet betwist dat hij uit hoofde van voornoemd artikel gehouden was de door hem ontvangen afschriften te controleren. Voorts heeft [Eiser] onweersproken gelaten dat hij niet binnen een week na ontvangst doch eerst bij brief van zijn Belgische advocaat van 7 november 2002 (productie 6 akte [Eiser]) heeft geprotesteerd tegen de onderhavige transactie. Nu daarmee vaststaat dat [Eiser] voor het eerst ruimschoots buiten de in artikel (I) 12 van genoemde voorwaarden gestelde termijn heeft geprotesteerd, terwijl daarvoor geen (afdoende) verklaring is gegeven, is de rechtbank van oordeel dat [Gedaagde], mede gelet op de volatiliteit van de effectenhandel, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid beroep op de onderhavige bepaling toekomt en dat [Gedaagde] erop mocht vertrouwen dat [Eiser] de onderhavige transactie had geaccepteerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/116ca40335210687b44adc7d8420e71065acd74e58163c9e1c8772b9fa1b0a60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 116ca40335210687b44adc7d8420e71065acd74e58163c9e1c8772b9fa1b0a60, en de alinea staat in dat document op bytes 75297 tot 76463.