Citaat | Rechtbank Maastricht 28 juni 2006
Alinea 189 Rechtbank Maastricht 28 juni 2006
Een alinea uit Rechtbank Maastricht 28 juni 2006, ECLI:NL:RBMAA:2006:AX9549.
3.13.3 [Eiser] heeft ter comparitie nog aangevoerd dat bij de uitoefening van het pandrecht niet is voldaan aan het bepaalde in de artikelen 3:248 en 3:249 BW, omdat hij niet in verzuim was en geen aankondiging van de openbare verkoop heeft plaatsgevonden. De rechtbank overweegt ter zake dat [Eiser], in ieder geval vanwege het na de brief van 9 oktober 2002 niet binnen de gestelde termijn aanzuiveren van de dekkingstekorten, in verzuim verkeerde. De rechtbank zal voorts voorbij gaan aan de stelling van [Eiser] dat artikel 3:249 BW is geschonden, nu [Eiser] heeft nagelaten een op een dergelijke schending gebaseerde vordering in te stellen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/116ca40335210687b44adc7d8420e71065acd74e58163c9e1c8772b9fa1b0a60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 116ca40335210687b44adc7d8420e71065acd74e58163c9e1c8772b9fa1b0a60, en de alinea staat in dat document op bytes 82199 tot 82859.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/116ca40335210687b44adc7d8420e71065acd74e58163c9e1c8772b9fa1b0a60 | shasum -a 256