Citaat | Rechtbank Maastricht 28 juni 2006

Alinea 192 Rechtbank Maastricht 28 juni 2006

Een alinea uit Rechtbank Maastricht 28 juni 2006, ECLI:NL:RBMAA:2006:AX9549.

3.14. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [Gedaagde] op grond van de tussen partijen gesloten overeenkomst effectendienstverlening (zie artikel (IV) 8 Voorwaarden Effectendienstverlening [Gedaagde] AMRO) terecht bewaarloon effecten in rekening gebracht, nu [Gedaagde] in 2003 voor [Eiser] effecten in bewaring heeft gehouden. Dat [Gedaagde] gerechtigd was dit voor het lopende jaar vooraf in rekening te brengen volgt uit het bij voornoemde overeenkomst behorende Informatieblad Effectendienstverlening. Dat [Gedaagde] in januari 2003 vrijwel de gehele aandelenportefeuille van [Eiser] heeft geliquideerd doet aan het onderhavige recht van [Gedaagde] niet af en leidt evenmin tot de slotsom dat uitoefening van dit recht in strijd met de redelijkheid en billijkheid of onrechtmatig was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/116ca40335210687b44adc7d8420e71065acd74e58163c9e1c8772b9fa1b0a60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 116ca40335210687b44adc7d8420e71065acd74e58163c9e1c8772b9fa1b0a60, en de alinea staat in dat document op bytes 83278 tot 84081.