Citaat | Rechtbank Maastricht 28 juni 2006

Alinea 194 Rechtbank Maastricht 28 juni 2006

Een alinea uit Rechtbank Maastricht 28 juni 2006, ECLI:NL:RBMAA:2006:AX9549.

3.15 De rechtbank zal aan dit verwijt voorbij gaan. [Eiser]s verwijzing naar enkele artikelen uit het AR DSI, gevolgd door de stelling dat [naam beleggingsadviseur] zich niet aan deze regels heeft gehouden, is volstrekt onvoldoende om een schending van deze regels door [naam beleggingsadviseur] te kunnen vaststellen. Bovendien is de rechtbank niet gebleken dat is vastgesteld dat [naam beleggingsadviseur] tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De rechtbank overweegt nog dat, ook als zou vaststaan dat [naam beleggingsadviseur] de door [Eiser] genoemde artikelen van het AR zou hebben overtreden en dat [naam beleggingsadviseur] tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld, daaruit - gegeven de aard van dit soort regels - niet noodzakelijk volgt, dat die overtreding civielrechtelijk is te kwalificeren als een fout in de zin van artikel 6:170 BW, waarvoor [Gedaagde] aansprakelijk is te houden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/116ca40335210687b44adc7d8420e71065acd74e58163c9e1c8772b9fa1b0a60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 116ca40335210687b44adc7d8420e71065acd74e58163c9e1c8772b9fa1b0a60, en de alinea staat in dat document op bytes 84220 tot 85138.