Citaat | Rechtbank Maastricht 6 april 2007
Alinea 56 Rechtbank Maastricht 6 april 2007
Een alinea uit Rechtbank Maastricht 6 april 2007, ECLI:NL:RBMAA:2007:BA3373.
Inmiddels is door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bij uitspraak van 22 maart 2006 (LJN: AV6279 en gepubliceerd in AB 2006, 133) uitgemaakt, dat het opleggen van een bestuurlijke boete, zoals hier aan de orde, een discretionaire bevoegdheid betreft waarvan gebruik kan - maar niet onder alle omstandigheden behoeft te - worden gemaakt. De bij het bestreden besluit gehandhaafde bestuurlijke boete is aan te merken als een punitieve sanctie. Door de rechtbank dient daarom, mede gelet op artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), in volle omvang te worden getoetst of de hoogte van de opgelegde boete in redelijke verhouding staat tot de ernst en de verwijtbaarheid van de overtreding.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/acd2eda5991ceddb1f5711e739823c9fc5f4455d5db0c9249ac339236cda8982. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt acd2eda5991ceddb1f5711e739823c9fc5f4455d5db0c9249ac339236cda8982, en de alinea staat in dat document op bytes 16182 tot 16974.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/acd2eda5991ceddb1f5711e739823c9fc5f4455d5db0c9249ac339236cda8982 | shasum -a 256