Citaat | Rechtbank Middelburg 30 juni 2011

Alinea 71 Rechtbank Middelburg 30 juni 2011

Een alinea uit Rechtbank Middelburg 30 juni 2011, ECLI:NL:RBMID:2011:BQ9900.

De verdediging is van mening dat het bovenstaande onvoldoende is voor het aannemen van een redelijk vermoeden van schuld als bedoeld in artikel 27 van het Wetboek van Strafvordering. Het redelijk vermoeden moet blijken uit objectieve feiten en omstandigheden. Daarvan was hier geen sprake. Het enige wat er was, was een vage opmerking van het slachtoffer zelf, aldus uit slechts één bron, welke opmerking niet is gemaakt om een risico aan te duiden dat dit zou gebeuren. Het ging om een eenmalige gebeurtenis uit het verleden, die kennelijk door het slachtoffer is geïnterpreteerd als een poging tot vergiftiging, maar welke gebeurtenis in feite ging om het toedienen van medicijnen die het slachtoffer weigerde in te nemen. Bovendien werden er door de zoon en de dochter van het slachtoffer omstandigheden genoemd die een natuurlijke dood onderstrepen, namelijk een slechte lichamelijke conditie en depressie, welke omstandigheden een eventueel redelijk vermoeden van schuld jegens verdachte juist ontkrachtte. Er was ten tijde van de aanhouding dus geen redelijk vermoeden van schuld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebaef7be9e8f87fb1f1ec902500070628a9e7a49e9cde2ca8d8b4966bb8bfb03. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebaef7be9e8f87fb1f1ec902500070628a9e7a49e9cde2ca8d8b4966bb8bfb03, en de alinea staat in dat document op bytes 11063 tot 12166.