Citaat | Rechtbank Middelburg 7 maart 2012

Alinea 60 Rechtbank Middelburg 7 maart 2012

Een alinea uit Rechtbank Middelburg 7 maart 2012, ECLI:NL:RBMID:2012:BX8039.

4.4. Op grond van de ingenomen stellingen en de verklaringen ter comparitie van zowel Eiseres als Gedaagden kan worden aangenomen dat erflater geestelijk in zekere mate beperkt was. Aannemelijk is dat deze beperking is veroorzaakt door het ongeval in zijn vroege jeugd en dat deze in 1999 en in 1980 in dezelfde mate aanwezig was. Of er sprake was van een geestelijke stoornis staat tussen partijen niet vast. Echter: zelfs al zou worden vastgesteld dat erflater geestelijk gestoord was ten tijde van het opmaken van de testamenten, dan is dat op zichzelf niet voldoende grond voor nietigverklaring van deze testamenten. Indien iemand lijdende aan een stoornis van zijn geestvermogens een uiterste wilsbeschikking maakt, kan er niet zonder meer vanuit worden gegaan, dat ten aanzien van zijn verklaring zoals die uit die wilsbeschikking blijkt, de daarmee overeenstemmende wil ontbreekt. De wil wordt geacht te hebben ontbroken, als de geestelijke stoornis zodanig was dat hij de bij zijn handeling betrokken belangen niet voldoende heeft kunnen waarderen en/of als de verklaring onder invloed van de geestelijke stoornis is gedaan. Er moet dan een onmiddellijk oorzakelijk verband kunnen worden vastgesteld tussen de geestelijke stoornis van de erflater en de door hem afgelegde verklaring.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a36ded1f975874e2b80c2936e6fdedf84d16fc3420596b9c9fea746409f5b15. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a36ded1f975874e2b80c2936e6fdedf84d16fc3420596b9c9fea746409f5b15, en de alinea staat in dat document op bytes 17930 tot 19235.