Citaat | Rechtbank Middelburg 7 maart 2012

Alinea 64 Rechtbank Middelburg 7 maart 2012

Een alinea uit Rechtbank Middelburg 7 maart 2012, ECLI:NL:RBMID:2012:BX8039.

4.8. Bovenstaande overwegingen leiden ertoe dat zelfs als ervan wordt uitgegaan dat erflater lijdende was aan een blijvende geestelijke stoornis, hieruit niet kan worden geconcludeerd dat hij ten gevolge van die stoornis niet, althans onvoldoende, in staat was zijn wil te bepalen voor het beschikken over zijn nalatenschap. Het op 20 mei 1999 opgemaakte testament is derhalve niet nietig. Aan beoordeling van het testament van 19 juni 1980 wordt niet toegekomen. Wellicht ten overvloede overweegt de rechtbank dat de rechtshandeling tot verkoop van zijn huis in 2009 van een andere orde is. Uit de overeengekomen verkoopprijs is duidelijk dat erflater zichzelf daarbij ernstig benadeelde, terwijl niet is uitgesloten dat hij die overeenkomst onder een onjuiste voorstelling van zaken was aangegaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a36ded1f975874e2b80c2936e6fdedf84d16fc3420596b9c9fea746409f5b15. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a36ded1f975874e2b80c2936e6fdedf84d16fc3420596b9c9fea746409f5b15, en de alinea staat in dat document op bytes 23307 tot 24119.