Citaat | Rechtbank Middelburg 4 oktober 2012
Alinea 96 Rechtbank Middelburg 4 oktober 2012
Een alinea uit Rechtbank Middelburg 4 oktober 2012, ECLI:NL:RBMID:2012:BX9844.
Het verweer van de raadsman dat verdachte niet door een inhaalmanoeuvre op de weghelft voor het tegemoetkomend verkeer terecht is gekomen, maar door de slippende beweging, is op zichzelf feitelijk juist. Dit is voor de beoordeling van de schuldvraag echter minder relevant. Van doorslaggevend belang is immers de vaststelling dat, blijkens de in het voorgaande weergegeven verklaringen van de getuigen [getuige 6], [getuige 7], [getuige 8] en [slachtoffer 2], verdachte met zeer hoge snelheid op de plaats van het ongeval arriveerde, waarbij hij juist voor het moment van de aanrijding met zeer hoge snelheid naast de Volvo van [getuige 6] verscheen. Blijkens de hiervoor beschreven technische gegevens gebeurde dit terwijl verdachte remde met blokkerende remmen en terwijl de auto in een slip raakte. Uit deze bewijsmiddelen in onderling verband bezien blijkt onomstotelijk dat het roekeloze rijgedrag van verdachte heeft geleid tot de aanrijding, zodat verdachte schuld heeft aan dat ongeval als bedoeld in artikel 6 WVW 94. Ook het verweer dat zonder een duidelijke oorzaak van het in de slip komen, geen strafrechtelijke schuld kan worden vastgesteld, treft dus geen doel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0d87f9d2e44f7c6910fb2d8fd8bc78f96b31556f252e5de606bea18c7dda433f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0d87f9d2e44f7c6910fb2d8fd8bc78f96b31556f252e5de606bea18c7dda433f, en de alinea staat in dat document op bytes 24823 tot 26012.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0d87f9d2e44f7c6910fb2d8fd8bc78f96b31556f252e5de606bea18c7dda433f | shasum -a 256