Citaat | Rechtbank Midden-Nederland 12 februari 2014

Onder 4.1 Rechtbank Midden-Nederland 12 februari 2014

Een alinea uit Rechtbank Midden-Nederland 12 februari 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:509.

Ten tijde van de schouw die op 11 juni 2013 in de woning heeft plaatsgevonden is, onder verwijzing naar de foto’s 101 en 102 in het Forensisch dossier, aan verdachte gevraagd hoe hij [slachtoffer] op 2 juli 2012 heeft aangetroffen en of hij haar toen ook heeft verplaatst. Op deze vraag heeft verdachte toen - zakelijk weergegeven - verklaard: “Zij lag tegen de spiegel aan met haar hoofd in een knik. Ik kon haar zo niet reanimeren. Daarom heb ik haar een beetje opzij geduwd. Ik heb alleen haar bovenlichaam verplaatst. Ik heb haar positie niet veranderd, ze lag al op haar rug.” Zoals ook in het proces-verbaal van de plaatsgevonden schouw is vermeld, heeft de rechtbank waargenomen dat verdachte bij de verklaring dat hij [slachtoffer] een beetje opzij heeft geduwd, in de richting wijst van de rechterhoek van de spiegel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/18ed00a30886451722a0076b7cedc6a314fd28b0fc657968c3f07e67e53f2d53. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 18ed00a30886451722a0076b7cedc6a314fd28b0fc657968c3f07e67e53f2d53, en de alinea staat in dat document op bytes 49330 tot 50403.