Citaat | Rechtbank Midden-Nederland 12 februari 2014

Onder 7 Rechtbank Midden-Nederland 12 februari 2014

Een alinea uit Rechtbank Midden-Nederland 12 februari 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:509.

Meer specifiek heeft Botter in dit verband verklaard dat de vraag of daadwerkelijk een val van de trap heeft plaatsgevonden en, zo ja, of de verwondingen van [slachtoffer] (alleen) hieraan toegeschreven moeten worden of dat (ook) sprake is geweest van smoren/verstikken, wellicht beantwoord had kunnen worden als hij ter plaatse onderzoek had kunnen doen. Doordat dit - naar zijn zeggen cruciale - onderzoek niet heeft plaatsgevonden, is geen onderzoek gedaan naar bijvoorbeeld (stof)vezels op het hoofd van [slachtoffer] die een aanwijzing voor verstikking kunnen zijn en heeft hij niet kunnen beoordelen of de houding van [slachtoffer] onder aan de trap en de mogelijke obstakels op en in de buurt van de trap de verwondingen van [slachtoffer] (zonder meer) kunnen verklaren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/18ed00a30886451722a0076b7cedc6a314fd28b0fc657968c3f07e67e53f2d53. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 18ed00a30886451722a0076b7cedc6a314fd28b0fc657968c3f07e67e53f2d53, en de alinea staat in dat document op bytes 85889 tot 86680.