Citaat | Rechtbank Midden-Nederland 12 februari 2014
Onder 4.3 Rechtbank Midden-Nederland 12 februari 2014
Een alinea uit Rechtbank Midden-Nederland 12 februari 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:509.
Het “gesprek in [woonplaats]” biedt ook geen steun voor het bewijs. Degene die toen flarden van het gesprek tussen verdachte en een vriend van hem zou hebben opgevangen (over verstikking), meent namelijk ook uitlatingen te hebben gehoord die aantoonbaar onjuist zijn. Ook is het onaannemelijk dat verdachte tegen een vriend een boekje open zou doen over wat er op 2 juli 2012 gebeurd zou zijn. Van een bewijsmiddel - daderkennis - is dus geen sprake.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/18ed00a30886451722a0076b7cedc6a314fd28b0fc657968c3f07e67e53f2d53. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 18ed00a30886451722a0076b7cedc6a314fd28b0fc657968c3f07e67e53f2d53, en de alinea staat in dat document op bytes 100743 tot 101210.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/18ed00a30886451722a0076b7cedc6a314fd28b0fc657968c3f07e67e53f2d53 | shasum -a 256