Citaat | Rechtbank Midden-Nederland 12 februari 2014
Onder 4.4.3 Rechtbank Midden-Nederland 12 februari 2014
Een alinea uit Rechtbank Midden-Nederland 12 februari 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:509.
Dit alles leidt tot de kernvraag of – mede met inachtneming van de kennelijke leugenachtige verklaringen van verdachte – onomstotelijk, althans met voldoende mate van zekerheid, kan worden vastgesteld dat [slachtoffer] ten gevolge van een door verdachte gepleegd misdrijf om het leven is gekomen. Na grondige en herhaalde afweging van al het voorgaande, ook in onderlinge samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat deze vraag ontkennend moet worden beantwoord. Gelet op het feit dat op grond van de forensische bevindingen slechts summiere aanwijzingen bestaan die er op duiden dat [slachtoffer] is overleden ten gevolge van een misdrijf, is het (overige) bewijs onvoldoende hard om onomstotelijk, althans buiten gerede twijfel, vast te kunnen stellen dat verdachte [slachtoffer] heeft verstikt of op een andere wijze om het leven heeft gebracht. De gang van zaken rondom het reanimeren en de (mogelijke) verplaatsing van het hoofd van [slachtoffer] daarbij wekt bevreemding, maar maakt dit niet anders.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/18ed00a30886451722a0076b7cedc6a314fd28b0fc657968c3f07e67e53f2d53. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 18ed00a30886451722a0076b7cedc6a314fd28b0fc657968c3f07e67e53f2d53, en de alinea staat in dat document op bytes 122919 tot 123953.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/18ed00a30886451722a0076b7cedc6a314fd28b0fc657968c3f07e67e53f2d53 | shasum -a 256