Citaat | Rechtbank Midden-Nederland 12 februari 2014
Onder 4.1 Rechtbank Midden-Nederland 12 februari 2014
Een alinea uit Rechtbank Midden-Nederland 12 februari 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:509.
Als verdachte op 14 januari 2013, dus een aantal maanden later, nogmaals wordt gehoord over het door hem gestelde bezoek aan Burgerzaken en het vervoer daarheen, blijft hij echter bij zijn eerder afgelegde verklaring, inhoudende dat hij met de auto naar Burgerzaken is gegaan, ook nadat hij wordt geconfronteerd met het getapte telefoongesprek met zijn vader. Ook verklaart verdachte dan dat hij het allemaal niet precies meer weet en dat hij in juli 2012 vers van de pers heeft verklaard. Een aantal dagen weer daarna, te weten tijdens zijn zevende verhoor, verklaart verdachte: “Als het gaat over ben ik met de auto of met de fiets, daar heb ik duidelijk van gezegd, in eerste instantie met de auto (…). Maar (…) zoals ik hem nu voor de geest heb, dat ik op de fiets ben geweest.” Weer drie weken daarna (8e verhoor) verklaart verdachte: “ik kan me dat niet honderd procent herinneren, maar ik heb steeds sterker het vermoeden dat het met de fiets is geweest. (…). Vervolgens verklaart verdachte in hetzelfde verhoor dat hij bij terugkomst van Burgerzaken zijn fiets in een fietsenhok schuin aan de overkant van zijn woning heeft gezet en daarna in de auto is gaan zitten en dus niet zijn woning binnen is gegaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/18ed00a30886451722a0076b7cedc6a314fd28b0fc657968c3f07e67e53f2d53. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 18ed00a30886451722a0076b7cedc6a314fd28b0fc657968c3f07e67e53f2d53, en de alinea staat in dat document op bytes 25478 tot 27044.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/18ed00a30886451722a0076b7cedc6a314fd28b0fc657968c3f07e67e53f2d53 | shasum -a 256