Citaat | Rechtbank Midden-Nederland 12 februari 2014

Onder 4.1 Rechtbank Midden-Nederland 12 februari 2014

Een alinea uit Rechtbank Midden-Nederland 12 februari 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:509.

Op grond van al het bovenstaande is de conclusie dat de aantekening in de notitie van verdachte en de verklaring van verdachte kort daarna (3 en 8 juli 2012), inhoudende dat hij de conference call al rijdend op weg naar zijn werk heeft gevoerd, onjuist is. In plaats daarvan is de verklaring van verdachte later - na confrontatie met een aantal onderzoeksgegevens - samenvattend dat hij (1) de telefoon in de auto heeft gelegd, (2) bij terugkomst van Burgerzaken in de auto is gaan zitten, (3) aldaar de conference call heeft gevoerd, (4) [B] heeft gebeld en (5) pas daarna naar zijn werk is gereden, maar in die tijd niet zijn woning binnen is gegaan. Ook voor deze latere verklaring geldt overigens dat zich in het dossier geen bewijs bevindt dat een ondersteuning biedt voor de verklaring van verdachte dat hij op 2 juli 2012 in de periode van 09:59 tot 10:18 uur zich voor zijn woning in de auto heeft bevonden (en niet in zijn woning).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/18ed00a30886451722a0076b7cedc6a314fd28b0fc657968c3f07e67e53f2d53. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 18ed00a30886451722a0076b7cedc6a314fd28b0fc657968c3f07e67e53f2d53, en de alinea staat in dat document op bytes 33588 tot 34544.