Citaat | Rechtbank Midden-Nederland 12 februari 2014

Onder 4.5. Rechtbank Midden-Nederland 12 februari 2014

Een alinea uit Rechtbank Midden-Nederland 12 februari 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:552.

Ter onderbouwing van haar vordering voert [eiseres] – samengevat – het volgende aan. Zij is nog steeds in dienst van [gedaagde sub 3] omdat zij het aanbod van [schoonmaakbedrijf] niet heeft geaccepteerd en derhalve krachtens het bepaalde in artikel 38 lid 4 van de CAO – luidende “ Als de werknemer dit aanbod afwijst, blijft de werknemer in dienst van het verliezende bedrijf.” – bij [gedaagde sub 3] in dienst is gebleven. Er is geen sprake van een overgang van rechtswege wegens overgang van onderneming naar [schoonmaakbedrijf], nu het bepaalde in artikel 38 lid 4 van de CAO daaraan in de weg staat. Op 10 mei 2013 heeft zij zich, vanuit het buitenland tijdens haar vakantie, via een sms aan haar leidinggevende bij [gedaagde sub 3], de heer [D], ziek gemeld en een dergelijke wijze van ziekmelden voldoet aan de daarvoor geldende vereisten. Zij heeft er voor gezorgd dat de sleutels van het schoolgebouw waarin zij haar schoonmaakwerkzaamheden verrichtte via haar neef aan [gedaagde sub 3] werden overgedragen, zodat haar collega’s tijdens haar ziekte de werkzaamheden konden overnemen. Dat er een ziekmelding is gedaan volgt ook uit brief van [schoonmaakbedrijf] van 5 juni 2013, waarin expliciet aan een ziekmelding wordt gerefereerd. Zij heeft ten behoeve van deze specifieke vakantie in mei 2013 geen ziekmeldingsformulier voor in het buitenland van [gedaagde sub 3] ontvangen en heeft dit dus ook niet kunnen gebruiken. [gedaagde sub 3] heeft na haar ziekmelding geen contact met haar opgenomen en heeft haar op 17 mei 2013 een loonstrook gezonden, waarop ten onrechte als datum van uitdiensttreding 19 mei 2013 is vermeld. Zij heeft zelf, na haar terugkeer in Nederland op 12 mei 2013, wel telefonisch contact opgenomen met haar leidinggevende de heer [D], maar vanuit [gedaagde sub 3] is er geen reactie gekomen. Zo heeft [gedaagde sub 3] ook geen arboarts ingeschakeld. [gedaagde sub 3] betwist voor het eerst in deze procedure de arbeidsongeschiktheid van [eiseres]. Dat er door haar geen deskundigenoordeel als bedoeld in artikel 7:629a BW is overgelegd, kan haar onder die omstandigheden niet worden verweten. Bij deze stand van zaken bestaat er recht op loondoorbetaling vanaf juni 2013 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst zal zijn geëindigd, dit alles aldus [eiseres].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49065d4def64f5dba33ed724c255fea59c13f9c3676dfe36701b12964cda14f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49065d4def64f5dba33ed724c255fea59c13f9c3676dfe36701b12964cda14f3, en de alinea staat in dat document op bytes 16410 tot 18768.