Citaat | Rechtbank Midden-Nederland 6 november 2014
Onder 2 Rechtbank Midden-Nederland 6 november 2014
Een alinea uit Rechtbank Midden-Nederland 6 november 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:6021.
Op 24 april 2014 heeft het Gerechtshof te Amsterdam bepaald dat uit de bewoordingen van artikel 3, eerste lid, en artikel 40, tweede lid, sub b onder iii IVRK niet meer kan worden afgeleid dan een instructienorm die de verdragspartijen opdraagt zich maximaal in te spannen bij de afdoening van strafzaken die jeugdigen betreffen. Dat dit een beschermingsniveau oplevert dat een aanvulling biedt op het beschermingsniveau dat voortvloeit uit het EVRM, kan door het gerechtshof uit de redactie van de bepalingen noch uit de rechtspraak worden afgeleid. Het gerechtshof stelt voorts dat de veronderstelling van de rechtbank dat de verdragsverplichtingen die voortvloeien uit het IVRK niet volledig zijn geïncorporeerd in de door de Hoge Raad aan de feitenrechtspraak gegeven vuistregels voor beoordeling van ‘undue delay’ in jeugdstrafzaken, geen steun vinden in de arresten van de Hoge Raad. Het gerechtshof concludeert daarom dat het bijzondere karakter van het jeugdstrafrecht, in het bijzonder het pedagogische motief, wat betreft het recht op een tijdige behandeling van een strafzaak geacht moet worden zijn weerslag te hebben gekregen in de strengere 16-maandennorm en dat de rechterlijke straftoemetingsvrijheid vrijwel onbegrensde ruimte biedt om met tijdsverloop rekening te houden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d5590c5b5f4d2dc5c0ecdc7dad43e4036d62a3f7e1b4f5f976b22b419d4e6fd2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d5590c5b5f4d2dc5c0ecdc7dad43e4036d62a3f7e1b4f5f976b22b419d4e6fd2, en de alinea staat in dat document op bytes 21303 tot 22610.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d5590c5b5f4d2dc5c0ecdc7dad43e4036d62a3f7e1b4f5f976b22b419d4e6fd2 | shasum -a 256