Citaat | Rechtbank Midden-Nederland 17 februari 2015

Alinea 33 Rechtbank Midden-Nederland 17 februari 2015

Een alinea uit Rechtbank Midden-Nederland 17 februari 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:950.

14. Voorts blijkt uit rechtspraak van de ABRvS, bijvoorbeeld de uitspraak van 11 december 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:2362) dat voor de beoordeling of een hoeveelheid aangetroffen drugs erop wijst dat de drugs voor verkoop, aflevering of verstrekking bestemd zijn, in redelijkheid kan worden aangesloten bij de door het Openbaar Ministerie toegepaste criteria, waarbij een hoeveelheid harddrugs van maximaal 0,5 gram en een hoeveelheid softdrugs van maximaal 5 gram als hoeveelheden voor eigen gebruik worden aangemerkt. Uit deze rechtspraak volgt eveneens dat bij de aanwezigheid van een hoeveelheid drugs in een pand die groter is dan een hoeveelheid voor eigen gebruik, in beginsel aannemelijk is dat die drugs bestemd zijn voor verkoop, aflevering of verstrekking. Het ligt in dat geval op de weg van de rechthebbenden op het pand om het tegendeel aannemelijk te maken. Indien het tegendeel niet aannemelijk wordt gemaakt, is de burgemeester ingevolge artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet bevoegd om ten aanzien van het pand een last onder bestuursdwang op te leggen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/af0e61dd523eb257edfcf5e60a67d30e2adfc47f602b1ad118b0f12bcb05c351. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt af0e61dd523eb257edfcf5e60a67d30e2adfc47f602b1ad118b0f12bcb05c351, en de alinea staat in dat document op bytes 16369 tot 17452.