Citaat | Rechtbank Midden-Nederland 17 februari 2015
Alinea 35 Rechtbank Midden-Nederland 17 februari 2015
Een alinea uit Rechtbank Midden-Nederland 17 februari 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:950.
16. De rechtbank is voorts van oordeel dat eiser niet het tegendeel aannemelijk heeft gemaakt. Anders dan eiser heeft betoogd is er naar het oordeel van de rechtbank geen aanleiding voor de conclusie dat slechts gebruikershoeveelheden onder de bezoekers – dan wel op de grond – zijn aangetroffen. Daarbij acht de rechtbank van belang dat in de bestuurlijke rapportage is vermeld dat bij fouillering van een van de bezoekers van het eetcafé 6,25 gram softdrugs is aangetroffen en dat bij doorzoeking van het eetcafé onder de bank waarop deze bezoeker zat een bol met 11,87 gram softdrugs is aangetroffen. Hiermee is aannemelijk, aldus de bestuurlijke rapportage, dat deze persoon een handelshoeveelheid drugs bij zich had en in het eetcafé handelde in verdovende middelen. Voorts is in de bestuurlijke rapportage vermeld dat bij twee personen een handelshoeveelheid harddrugs is aangetroffen van respectievelijk 0,91 gram cocaïne en 1,65 gram heroïne. Voorts is bij de doorzoeking van het eetcafé op de grond een handelshoeveelheid cocaïne aangetroffen in de vorm van een bol van 2,23 gram. Dat de drugs niet achter de toonbank of onder het personeel zijn aangetroffen doet, zoals de voorzieningenrechter in de uitspraak van 30 juni 2014 ook reeds heeft overwogen, niet ter zake. Het gaat immers om de aanwezigheid van een hoeveelheid drugs in een pand. Voorts geldt dat voor de gebruikmaking van de bevoegdheid op grond van artikel 13b van de Opiumwet niet is vereist dat de drugs worden verhandeld in de inrichting waarin deze worden aangetroffen. De bevoegdheid is ook van toepassing als in een inrichting drugs worden aangetroffen die elders worden verkocht, maar in of vanuit de inrichting worden afgeleverd of verstrekt. In dit kader wordt verwezen naar de uitspraak van de ABRvS van 11 december 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:2365). De omstandigheid dat aan drugshandel te relateren voorwerpen ontbreken, wat er volgens eiser op wijst dat sprake is van gebruikershoeveelheden, doet naar het oordeel van de rechtbank, wat hier verder ook van zij, aan het voorgaande niet af. Ten aanzien van de door eiser ingediende verklaringen van bezoekers van het eetcafé, welke aanvankelijk per abuis niet bij het dossier zaten en welke ter zitting alsnog bij het dossier zijn gevoegd, overweegt de rechtbank dat verweerder op basis van deze verklaringen geen aanleiding heeft hoeven zien om te twijfelen aan de juistheid van de bestuurlijke rapportage, temeer nu hieruit niet blijkt dat in het eetcafé geen drugshandel plaatsvond. Dat verschillende bezoekers hebben verklaard om hen moverende redenen alle vragen van de politie met ‘ja’ te hebben beantwoord, en dat verschillende andere bezoekers hebben verklaard dat het hen nooit is opgevallen dat er in drugs zou worden gehandeld en dat zij nooit iets verdachts hebben gezien, doet immers aan de constateringen van de politie in de bestuurlijke rapportage niet af.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/af0e61dd523eb257edfcf5e60a67d30e2adfc47f602b1ad118b0f12bcb05c351. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt af0e61dd523eb257edfcf5e60a67d30e2adfc47f602b1ad118b0f12bcb05c351, en de alinea staat in dat document op bytes 18035 tot 20969.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/af0e61dd523eb257edfcf5e60a67d30e2adfc47f602b1ad118b0f12bcb05c351 | shasum -a 256