Citaat | Rechtbank Midden-Nederland 8 juni 2016

Onder 2.10. Rechtbank Midden-Nederland 8 juni 2016

Een alinea uit Rechtbank Midden-Nederland 8 juni 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:3032.

Het gaat hier om het bedrag dat volgens de successieaangifte de waarde van het vermogen van vader in de onderneming vertegenwoordigde bij zijn overlijden en dat deel uitmaakte van het bedrag van NLG 261.028,- dat destijds als zuiver saldo van de nalatenschap is aangemerkt en waarop de successieaangifte was gebaseerd. Uitgaande van dit saldo zou aan iedere erfgenaam een vijfde deel daarvan toekomen, te weten NLG 52.205,60. Moeder heeft aan ieder kind (behalve aan [gedaagde sub 2] ) NLG 50.000,- voldaan en voor iedere erfgenaam de successiebelasting (van NLG 3.156,- per persoon). Partijen gaan ervan uit dat [gedaagde sub 2] daarom aan moeder een bedrag van NLG 172.052,88 verschuldigd was, omdat dit het vermogen van vader in de maatschap was waarbij niet op moeder maar op [gedaagde sub 2] de verplichting rustte om dit aan de erfgenamen uit te keren. Volgens [gedaagden] heeft hij dit bedrag al aan moeder terugbetaald. Door [eisers] wordt dit betwist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f63a4d5009f841a375af42bbd08ccf38b48134c08450b414631b026bfde2f217. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f63a4d5009f841a375af42bbd08ccf38b48134c08450b414631b026bfde2f217, en de alinea staat in dat document op bytes 23244 tot 24232.