Citaat | Rechtbank Midden-Nederland 19 augustus 2016
Alinea 20 Rechtbank Midden-Nederland 19 augustus 2016
Een alinea uit Rechtbank Midden-Nederland 19 augustus 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:4682.
5. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) kan aan artikel 10 van het EVRM in beginsel een recht op het ontvangen van inlichtingen worden ontleend. De rechtbank neemt dan ook aan dat eiseres aan artikel 10 van het EVRM dit recht kan ontlenen. Zoals verder volgt uit rechtspraak van de ABRvS (bijvoorbeeld de uitspraak van 30 mei 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW6945) vereist artikel 10 van het EVRM echter niet dat alle informatie wordt verstrekt of openbaar gemaakt en biedt dat artikel staten die partij zijn bij het verdrag de mogelijkheid bij wet beperkingen te verbinden aan het verstrekken dan wel openbaar maken van gegevens en documenten. Artikel 10, tweede lid, van het EVRM bepaalt immers dat de uitoefening van de vrijheid om inlichtingen te ontvangen, kan worden onderworpen aan bepaalde formaliteiten, voorwaarden, beperkingen of sancties, die bij de wet zijn voorzien en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van de nationale veiligheid, territoriale integriteit of openbare veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, de bescherming van de goede naam of de rechten van anderen, om de verspreiding van vertrouwelijke mededelingen te voorkomen of om het gezag en de onpartijdigheid van de rechterlijke macht te waarborgen. Door de regeling van de openbaarmaking in de artikelen 10 en 11 van de Wob vast te leggen, is de beperking van het in artikel 10, eerste lid, van het EVRM vervatte recht om die inlichtingen te ontvangen bij de wet voorzien. De wetgever heeft in de artikelen 10 en 11 van de Wob ook voorzien in een regeling met betrekking tot de noodzakelijkheid van de beperking van het recht op inlichtingen in een democratische samenleving. Daarbij heeft de wetgever in artikel 10, eerste lid, van de Wob al de afweging gemaakt welke documenten niet kunnen worden verstrekt en heeft hij in artikel 10, tweede lid en in artikel 11 vastgelegd welk afwegingskader het bestuursorgaan heeft om informatie al dan niet te verstrekken. De positie van eiseres als ‘public watchdog’ maakt dit niet anders. Voor het EHRM is deze positie relevant voor de beantwoording van de vraag of aan artikel 10, van het EVRM een recht op het ontvangen van inlichtingen kan worden ontleend. Zoals hiervoor al is overwogen, wordt dit door de ABRvS in beginsel en door de rechtbank in dit geval, aangenomen. De positie van eiseres als ‘public watchdog’ neemt echter niet weg dat het recht op het ontvangen van inlichtingen, zoals de rechtbank uiteen heeft gezet, kan worden beperkt. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed5bced8634efa2ae445ec9e57126e0e3b3565d3981ad91f3dbb26787e7d92ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed5bced8634efa2ae445ec9e57126e0e3b3565d3981ad91f3dbb26787e7d92ae, en de alinea staat in dat document op bytes 10260 tot 12959.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ed5bced8634efa2ae445ec9e57126e0e3b3565d3981ad91f3dbb26787e7d92ae | shasum -a 256