Citaat | Rechtbank Midden-Nederland 19 augustus 2016
Alinea 22 Rechtbank Midden-Nederland 19 augustus 2016
Een alinea uit Rechtbank Midden-Nederland 19 augustus 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:4682.
7. Eiseres heeft aangevoerd dat ten onrechte de geldwaarde van de tentoongestelde objecten is weggelakt op grond van artikel 10, eerste lid, onder c, van de Wob; de waarde en duiding van de tentoongestelde objecten kan niet worden beschouwd als bedrijfs- en fabricagegegevens. Verder betwist eiseres dat eventuele veiligheidsrisico’s worden vergroot door openbaarmaking en zij betwist de mogelijke noodzaak van extra beveiligingsmaatregelen die extra kosten met zich brengen. Deze risico’s en kosten zijn volgens eiseres niet dermate zwaarwegend dat het belang van openbaarheid hiervoor moet wijken. De rechtbank volgt eiseres in haar betoog dat de geldwaarde van de tentoongestelde objecten niet is te kwalificeren als bedrijfs- en fabricagegegevens. Hiervan is immers slechts sprake, indien en voor zover uit die gegevens wetenswaardigheden kunnen worden afgelezen of afgeleid met betrekking tot de technische bedrijfsvoering of het productieproces, dan wel met betrekking tot de afzet van de producten of de kring van afnemers of leveranciers. Daarvan is in dit geval geen sprake. Verweerder heeft aan de weigering tot openbaarmaking van de geldwaarden van de tentoongestelde objecten ook de weigeringsgrond van artikel 10, tweede lid, onder g, van de Wob ten grondslag gelegd. Openbaarmaking van de duiding en waarde van de objecten brengt een veiligheidsrisico met zich dat mogelijk leidt tot het nemen van extra maatregelen en dus extra kosten. Dat zou een onevenredige benadeling van de UvA betekenen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich op dit standpunt kunnen stellen. Ter zitting heeft de UvA uiteengezet dat bij openbaarmaking van de geldwaarde van de objecten allereerst een hernieuwde veiligheidsrisico-analyse gemaakt moet worden, wat al kosten met zich brengt. De rechtbank is van oordeel dat verweerder aan het belang van de UvA hierin meer gewicht toe heeft mogen kennen dan aan het belang van openbaarmaking. Dit betekent concreet dat verweerder openbaarmaking van document 3 op deze grond heeft kunnen weigeren. De beroepsgrond slaagt niet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed5bced8634efa2ae445ec9e57126e0e3b3565d3981ad91f3dbb26787e7d92ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed5bced8634efa2ae445ec9e57126e0e3b3565d3981ad91f3dbb26787e7d92ae, en de alinea staat in dat document op bytes 13797 tot 15907.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ed5bced8634efa2ae445ec9e57126e0e3b3565d3981ad91f3dbb26787e7d92ae | shasum -a 256