Citaat | Rechtbank Midden-Nederland 23 september 2016

Alinea 28 Rechtbank Midden-Nederland 23 september 2016

Een alinea uit Rechtbank Midden-Nederland 23 september 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:5113.

aangespannen tegen de Staat der Nederlanden (de Staat), waarbij zij hebben gevorderd voor recht te verklaren dat de Staat jegens hen onrechtmatig heeft gehandeld door bij de Wet einde toegang verzekering WAZ een einde te maken aan een publiekrechtelijke regeling die vrouwelijke zelfstandigen aanspraak gaf op een uitkering in verband met zwangerschaps- en bevallingsverlof. In dit verband is een beroep gedaan op schending van artikel 11, tweede lid, aanhef en onder b, van het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (VN-vrouwenverdrag). De rechtbank Den Haag heeft bij vonnis van 25 juli 2007 (ECLI:NL:RBSGR:2007:BB0334) geconcludeerd dat aan artikel 11, tweede lid, aanhef en onder b, van het VN-vrouwenverdrag geen rechtstreekse werking heeft. Naar het oordeel van die rechtbank bevat artikel 11 sterke aanwijzingen dat het tweede lid van dit artikel uitsluitend betrekking heeft op vrouwen die in loondienst werken. Na hoger beroep bij het gerechtshof Den Haag (hof), dat het vonnis heeft bevestigd, heeft de Hoge Raad der Nederlanden (HR) in zijn arrest van 1 april 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BP3044) geoordeeld dat het oordeel van het hof dat artikel 11, tweede lid, aanhef en onder b, van het VN-vrouwenverdrag ongeschikt is voor rechtstreekse toepassing door de nationale rechter, juist is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f42cb6f354ce95341c32c9fcfa01dc7eb5ddaf8e8f6f779127630ca034bab8ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f42cb6f354ce95341c32c9fcfa01dc7eb5ddaf8e8f6f779127630ca034bab8ef, en de alinea staat in dat document op bytes 11352 tot 12696.