Citaat | Rechtbank Midden-Nederland 23 september 2016

Alinea 75 Rechtbank Midden-Nederland 23 september 2016

Een alinea uit Rechtbank Midden-Nederland 23 september 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:5113.

haar klacht, en daarmee niet onredelijk laat, is de rechtbank van oordeel dat op haar aanvraag om een uitkering toe te kennen wegens zwangerschap en bevalling de Wet ZEZ had moeten worden toegepast, met uitzondering van artikel VI, eerste lid, van de Wet ZEZ, waarin is bepaald dat de bepalingen van de Wet ZEZ niet van toepassing zijn op vrouwelijke zelfstandigen wier bevalling heeft plaatsgevonden voor de inwerkingtreding van deze wet. Het standpunt van verweerder dat hij wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag niet de bevoegdheid heeft om aan eiseres een uitkering wegens zwangerschap en bevalling toe te kennen is naar het oordeel van de rechtbank dan ook onjuist. Op grond van artikel 94 van de Grondwet dient artikel VI, eerste lid, van de Wet ZEZ immers jegens eiseres wegens onverenigbaarheid met artikel 11, tweede lid, onder b, van het VN-vrouwenverdrag buiten toepassing te worden gelaten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f42cb6f354ce95341c32c9fcfa01dc7eb5ddaf8e8f6f779127630ca034bab8ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f42cb6f354ce95341c32c9fcfa01dc7eb5ddaf8e8f6f779127630ca034bab8ef, en de alinea staat in dat document op bytes 28451 tot 29394.