Citaat | Rechtbank Midden-Nederland 5 oktober 2016
Onder 3.5. Rechtbank Midden-Nederland 5 oktober 2016
Een alinea uit Rechtbank Midden-Nederland 5 oktober 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:5331.
Nu de studieovereenkomst tussen NCOI en [gedaagde] kan worden gekwalificeerd als een overeenkomst van opdracht zijn de bepalingen van titel 7 van boek 7 BW van toepassing. Op grond van artikel 7:408 lid 1 BW kan [gedaagde] de studieovereenkomst te allen tijde opzeggen. Dit is een bepaling van dwingend recht, zodat hiervan niet mag worden afgeweken. Uit artikel 7:408 lid 3 BW volgt dat [gedaagde] geen schadevergoeding verschuldigd is. Het annuleringsbeding is in strijd met deze dwingende wettelijke regeling en is daarom op grond van artikel 3:40 lid 2 BW vernietigbaar. [gedaagde] heeft bij brief van 15 oktober 2014 de buitengerechtelijke vernietiging van het annuleringsbeding ingeroepen. Daarmee is deze bepaling vernietigd en kan NCOI op grond van het annuleringsbeding geen aanspraak maken op 25% van de opleidingskosten. Nu NCOI geen andere grondslag voor haar vordering stelt, zal deze worden afgewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0fc60f4a742d91b0ff8c1bf057435764aaa2fe00800f49a478986db9cfa82cd3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0fc60f4a742d91b0ff8c1bf057435764aaa2fe00800f49a478986db9cfa82cd3, en de alinea staat in dat document op bytes 11525 tot 12454.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0fc60f4a742d91b0ff8c1bf057435764aaa2fe00800f49a478986db9cfa82cd3 | shasum -a 256