Citaat | Rechtbank Midden-Nederland 14 december 2016

Onder 4.9. Rechtbank Midden-Nederland 14 december 2016

Een alinea uit Rechtbank Midden-Nederland 14 december 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:6747.

Na de eerdere, afwijzende, beschikking is op 27 juli 2016 de situatie tussen [A] en [verweerder] geëscaleerd. Daaraan voorafgaand heeft GloMidCo de verhouding tussen partijen naar het oordeel van de kantonrechter reeds op de spits gedreven door te besluiten het loon vanaf de datum van de afwijzende beslissing niet meer te betalen. Met het feit dat [verweerder] bij zijn werkhervatting door anderen dan [A] is ontvangen en met betrekking tot de mediation voor te stellen, behoudens de eerste mediationsessie, de kosten daarvan te delen, heeft GloMidCo zich verder niet als een oplossingsgerichte werkgever getoond. Gelet op de precaire situatie waar partijen na de afwijzende beslissing noodgedwongen in terecht waren gekomen en de eigen bijdrage van GloMidCo aan de gespannen situatie, had dat naar het oordeel van de kantonrechter wel in de rede geleden. Daarbij komt dat in het eerste gesprek op 27 juli 2016 meteen wordt uitgesproken dat GloMidCo niet wil dat [verweerder] klantencontact heeft, omdat GloMidCo geen vertrouwen in hem heeft. Ook met die boodschap, waarbij geheel in het midden wordt gelaten op welke wijze en termijn hierin verandering gaat komen, heeft GloMidCo een stevige en naar het oordeel van de kantonrechter onnodig zware wissel op de goede samenwerking getrokken. Mediation is vervolgens tussen partijen na de afwijzende beslissing niet tot stand gekomen. Ter zitting heeft GloMidCo toegelicht dat mediation ook geen optie meer voor haar is. Uit het verhandelde ter zitting maakt de kantonrechter op dat GloMidCo sowieso een beëindiging van de arbeidsovereenkomst zal blijven nastreven en – ook in het geval van een tweede afwijzende beslissing – zal blijven uitgaan van een verstoring van de arbeidsrelatie en zal streven naar een beëindiging van de arbeidsrelatie. Het ter zitting door [verweerder] uitgesproken optimisme dat een goed gesprek met [A] tot een werkbare relatie zal leiden is niet gesteund door de feiten zoals die tot nu zijn gebleken. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting maakt de kantonrechter verder op dat tussen [A] en [verweerder] sprake is van een verschil in stijl van leidinggeven, dat [verweerder] juist daarom door [A] is aangetrokken maar dat het tegelijk [A] ondermijnt en het hem niet lukt om hier sturing aan te geven. Tegen deze achtergrond acht de kantonrechter sprake van een ernstig en duurzaam verstoorde relatie, zodanig dat van GloMidCo redelijkerwijs niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. De kantonrechter betrekt daarbij het gegeven dat [verweerder] in een relatief klein bedrijf een verantwoordelijke functie direct onder [A] bekleedt en dat voor het goed functioneren van het bedrijf, maar ook van [verweerder] zelf, vertrouwen in de functionaris noodzakelijk is. Bij functionarissen van dit niveau past eerder dat omgezien moet worden naar een andere functie indien de basis voor dat vertrouwen blijkt te zijn vervallen. Het verzoek de arbeidsovereenkomst te ontbinden op de g-grond zal daarom worden toegewezen. De subsidiaire grond kan daarmee onbesproken blijven. Gelet op de verstoorde verhouding en de geringe omvang van de onderneming is herplaatsing niet realistisch.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/98a11b60c6b3b132fe3002d4a1ddfb69eb3f1fe893d139e7aed8f69383e9fb27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 98a11b60c6b3b132fe3002d4a1ddfb69eb3f1fe893d139e7aed8f69383e9fb27, en de alinea staat in dat document op bytes 32774 tot 35981.