Citaat | Rechtbank Midden-Nederland 31 januari 2017
Onder 9.3.3 Rechtbank Midden-Nederland 31 januari 2017
Een alinea uit Rechtbank Midden-Nederland 31 januari 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:405.
Naar huidig Nederlandse recht is de mogelijkheid voor vergoeding van immateriële schade in verband met verlies van een dierbare zeer beperkt. Op grond van artikel 6:106, eerste lid, aanhef onder b, van het Burgerlijk Wetboek kan zogeheten shockschade voor vergoeding in aanmerking komen. Daaronder valt echter niet de immateriële schade die is veroorzaakt door het verdriet vanwege het overlijden van een dierbare (affectieschade). Artikel 8 EVRM noopt - naar de Hoge Raad heeft geoordeeld in het Taxibusarrest - er niet toe dat in de wetgeving wordt voorzien in een recht op (immateriële) schadevergoeding aan de ouder die een kind verliest als gevolg van het onrechtmatig handelen of nalaten van een ander. De Hoge Raad voegde daar in het arrest Vilt (HR 2009: BI 8583) aan toe dat dit niet anders is, als het gaat om (immateriële) schadevergoeding aan de nabestaanden van een opzettelijk misdrijf. De rechtbank ziet ook in een beroep op het bij de Tweede Kamer ingediende wetsvoorstel “affectieschade” geen ruimte om reeds thans tot vergoeding van affectieschade te komen. Zoals de Hoge Raad herhaalde malen heeft gesteld, heeft de rechter niet de vrijheid om, vooruitlopend op een eventueel door de wetgever door te voeren wijziging van de wet op dit punt, een zodanige vergoeding toe te kennen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b63f69bdafeaf8bc16521153dacb83bdf9c6aa66e85a6db9423ea5bcf8d01179. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b63f69bdafeaf8bc16521153dacb83bdf9c6aa66e85a6db9423ea5bcf8d01179, en de alinea staat in dat document op bytes 77778 tot 79126.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b63f69bdafeaf8bc16521153dacb83bdf9c6aa66e85a6db9423ea5bcf8d01179 | shasum -a 256