Citaat | Rechtbank Midden-Nederland 31 januari 2017

Onder 4.3.1. Rechtbank Midden-Nederland 31 januari 2017

Een alinea uit Rechtbank Midden-Nederland 31 januari 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:405.

Ik heb op 17 april 2016 de deur van mijn tuinhuisje open gedaan. Ik heb twee tuintjes en ben van de ene naar de andere gegaan om te zaaien. Ik ben om ongeveer 10.00 uur terug gekomen bij het tuinhuisje om zaad te halen en trof een man in dat tuinhuisje aan. Die man zat daar en hij had mijn kleren aan. Hij zei: “Ik kom om jou te helpen”. Ik heb hem gezegd dat dat mijn kleren waren en dat hij daar vanaf moest blijven. Hij had mijn laarzen en een hemd of blouse van mij aan. Op dat moment vluchtte hij weg. Hij sprong toen een slootje over. Hij had zijn spullen in een roodachtige plastic tas gedaan. De tas was van mij, de spullen waren van hem. Er zat iets van een motiefje op de tas. Ik ben achter de man aangegaan. Toen kwam de politie aanrijden en werd hij aangehouden. Toen hij vluchtte nam hij de tas mee. De bivakmuts die in het tuinhuisje is aangetroffen, is niet van mij.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b63f69bdafeaf8bc16521153dacb83bdf9c6aa66e85a6db9423ea5bcf8d01179. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b63f69bdafeaf8bc16521153dacb83bdf9c6aa66e85a6db9423ea5bcf8d01179, en de alinea staat in dat document op bytes 34886 tot 35914.