Citaat | Rechtbank Midden-Nederland 30 mei 2018

Onder 2.24. Rechtbank Midden-Nederland 30 mei 2018

Een alinea uit Rechtbank Midden-Nederland 30 mei 2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:2891.

Op grond van artikel 6:228 BW is een overeenkomst die tot stand is gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten vernietigbaar, als de wederpartij (Van Lanschot) in verband met dat wat zij over de dwaling wist of behoorde te weten, de dwalende (de broers) had behoren in te lichten. Daarbij is uitgangspunt dat Van Lanschot die inlichtingen moest verschaffen, die zij, gelet op de aard van de rechtsrelatie met de broers en de te sluiten overeenkomst naar de in het verkeer geldende opvattingen in gevallen als deze behoorde te verstrekken om te voorkomen dat de broers over die essentiële eigenschappen van de overeenkomst zou dwalen. Aan de andere kant mag van een gemiddeld geïnformeerde, omzichtig en oplettend handelende klant in een geval als dit worden verwacht dat hij de door hem ontvangen en ondertekende stukken zorgvuldig doorleest en, als de inhoud daarvan hem niet geheel duidelijk is, aan Van Lanschot om opheldering vraagt. De broers hebben dus ook een onderzoeksplicht, wat inhoudt dat zij - binnen redelijke grenzen, mede afhankelijk van de rechtsrelatie met Van Lanschot - pogingen moeten doen om duidelijkheid te krijgen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/002fb030c910dc9f3bf85a2dfc6b4fcbca6034f947bf8ef2531301c07266e05a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 002fb030c910dc9f3bf85a2dfc6b4fcbca6034f947bf8ef2531301c07266e05a, en de alinea staat in dat document op bytes 28834 tot 30043.