Citaat | Rechtbank Midden-Nederland 26 maart 2020

Onder 3.22. Rechtbank Midden-Nederland 26 maart 2020

Een alinea uit Rechtbank Midden-Nederland 26 maart 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:1107.

Op grond van het voorgaande volgt de rechtbank de redenering van de curatoren dat de bewaarplicht van de dossiers van de patiënten die [eiser] reeds behandelde op het moment dat hij in loondienst is gaan werken, vanaf dat moment uitsluitend en in zijn geheel op het [ziekenhuis] rustte. Illustratief is de vergelijking met de situatie waarin een hulpverlener het dossier op verzoek van een patiënt aan een opvolgend hulpverlener heeft overgedragen. In dat geval rust de bewaarplicht voor het volledige dossier na de overdracht op de hulpverlener die de behandeling heeft overgenomen en niet langer op zijn voorganger (zie ook Asser/Tjong Tjin Tai 7-IV 2018/429). Dat betekent dat op [eiser] vanaf het moment dat hij in loondienst ging werken – en hij dus geen hulpverlener meer was als bedoeld in de Wgbo – niet langer de juridische plicht rustte om de dossiers van de patiënten van wie de behandeling werd voortgezet te bewaren, maar deze plicht vanaf dat moment uitsluitend nog op het [ziekenhuis] rustte. Ook voor deze categorie patiëntendossiers geldt dus dat [eiser] geen aanspraak kan maken op afgifte van een digitale kopie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/85bbf4da05e01ae7c9c0f3bc0cd3336c60a896cda5199fa1a01da8796c06eb22. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 85bbf4da05e01ae7c9c0f3bc0cd3336c60a896cda5199fa1a01da8796c06eb22, en de alinea staat in dat document op bytes 30987 tot 32249.