Citaat | Rechtbank Midden-Nederland 26 maart 2020

Onder 3.26 . Rechtbank Midden-Nederland 26 maart 2020

Een alinea uit Rechtbank Midden-Nederland 26 maart 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:1107.

[eiser] baseert zijn recht op afgifte van de kopieën van de dossiers op het arrest van de Hoge Raad (zie hiervoor in 3.10). In het arrest is geoordeeld dat de vrijgevestigde arts in kwestie recht had op kopieën van de dossiers van zijn voormalig patiënten. Uit het arrest blijkt dat het uitgangspunt is dat de hulpverlener moet kunnen beschikken over de dossiers van de patiënten die hij heeft behandeld om zo aan zijn bewaarplicht te kunnen voldoen en de patiënt desgevraagd zo spoedig mogelijk inzage in of afschrift van het dossier te kunnen verstrekken. In beginsel heeft de hulpverlener in zoverre recht op kopieën van die dossiers. Er zijn echter omstandigheden denkbaar die meebrengen dat de bewaarplicht van een hulpverlener niet zonder meer recht geeft op een kopie van de betreffende patiëntendossiers. Het arrest van de Hoge Raad biedt ook die ruimte. In de bijzondere omstandigheden van dit geval, is de rechtbank van oordeel dat [eiser] in de verhouding tussen hem en de curatoren geen recht heeft op een kopie van de dossiers van de patiënten die hij in zijn vrijgevestigde periode heeft behandeld. Dit oordeel is gebaseerd op het volgende.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/85bbf4da05e01ae7c9c0f3bc0cd3336c60a896cda5199fa1a01da8796c06eb22. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 85bbf4da05e01ae7c9c0f3bc0cd3336c60a896cda5199fa1a01da8796c06eb22, en de alinea staat in dat document op bytes 34192 tot 35416.