Citaat | Rechtbank Midden-Nederland 19 november 2020
Alinea 37 Rechtbank Midden-Nederland 19 november 2020
Een alinea uit Rechtbank Midden-Nederland 19 november 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:5498.
14. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of het verzoek van FNV ten aanzien van dit punt voldoende concreet is. Anders dan verweerder stelt, is het daarvoor niet noodzakelijk dat in het handhavingsverzoek een specifieke overtreding wordt genoemd ten aanzien van een concrete overtreder, gespecificeerd naar plaats en tijd. Indien de aanvrager van het handhavingsverzoek bewijs overlegt van een gestelde overtreding, zoals FNV hier heeft gedaan, zal verweerder naar vaste rechtspraak immers altijd moeten onderzoeken of dat bewijs voldoende aanknopingspunten biedt om een onderzoek in te stellen naar de vermeende overtreding bij het bedrijf. Op basis van het bewijsmateriaal en het eigen onderzoek, moet verweerder dan een besluit nemen op het verzoek. Dit betekent dat een verzoek dat niet specifiek een overtreding noemt op een bepaalde plaats en tijd, ook voldoende concreet kan zijn, te meer als het past in het inspectiewerk van verweerder.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbfcd2d657c7d4415db8a7aa85bc1c8040c36699d1247367b6803b461b3ebb56. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbfcd2d657c7d4415db8a7aa85bc1c8040c36699d1247367b6803b461b3ebb56, en de alinea staat in dat document op bytes 17246 tot 18290.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dbfcd2d657c7d4415db8a7aa85bc1c8040c36699d1247367b6803b461b3ebb56 | shasum -a 256