Citaat | Rechtbank Noord-Holland 6 maart 2014

Onder 5.3. Rechtbank Noord-Holland 6 maart 2014

Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 6 maart 2014, ECLI:NL:RBNHO:2014:1720.

De rechtbank is van oordeel dat de regeling van artikel 26, tweede lid, van de Awr meebrengt dat in bezwaar tegen de eigen aangifte alsnog een beroep kan worden gedaan op de teruggaafmogelijkheid. De omstandigheid dat de wetgever heeft bepaald dat het verzoek moet worden gedaan bij de laatste aangifte over 2011 doet hier niet aan af. De door de wetgever gewenste voortvarendheid teneinde tot een snelle afsluiting te komen heeft ertoe geleid dat de in-/uitmethode uiterlijk bij de laatste aangifte over 2011 moet worden toegepast voor de nog aanwezige voorraden. Dat dit niet nog in bezwaar of beroep tegen die laatste aangifte mogelijk zou zijn blijkt noch uit de wettekst noch uit de totstandkomingsgeschiedenis, en zou ook niet in overeenstemming zijn met het wettelijke systeem van bezwaar- en beroepsmogelijkheden. Het uitgangspunt van artikel 26, tweede lid, van de Awr is immers dat ook tegen een eigen aangifte bezwaar en beroep openstaat. Dit betekent dat ook op de vermindering zoals neergelegd in de Overgangsregeling nog een beroep kan worden gedaan in het bezwaar tegen de voldoening op aangifte. Hetgeen verweerder stelt leidt dus in zoverre niet tot het oordeel dat het bezwaar niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d5a73eb0621e5a7e56c4f3239f31982eea38cfa47c45b7cd7baf3ebdd424f30. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d5a73eb0621e5a7e56c4f3239f31982eea38cfa47c45b7cd7baf3ebdd424f30, en de alinea staat in dat document op bytes 24257 tot 25511.