Citaat | Rechtbank Noord-Holland 6 maart 2014

Onder 5.8. Rechtbank Noord-Holland 6 maart 2014

Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 6 maart 2014, ECLI:NL:RBNHO:2014:1720.

De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat de stoffen waarvoor eiseres een teruggaaf claimt, moeten worden aangemerkt als gestort. Naar het oordeel van de rechtbank is de Overgangsregeling in de eerste plaats naar haar letterlijke bewoordingen alleen van toepassing op stoffen die niet gestort zijn in de zin van de Wet milieubeheer, en die dat ook nooit zijn geweest. De zich in het stortlichaam van de inrichting van eiseres bevindende afvalstoffen ten aanzien waarvan eiseres stelt dat zij de intentie heeft ze van de inrichting af te voeren ter verbranding, dienen ook thans te worden aangemerkt als ‘gestort’. Ook indien later blijkt dat stoffen wellicht ‘tijdelijk’ gestort zijn geweest omdat deze alsnog de inrichting verlaten, zijn de stoffen wel gestort geweest en vallen zij daarmee buiten bereik van de Overgangsregeling. In de tweede plaats blijkt naar het oordeel van de rechtbank ook uit de parlementaire geschiedenis niet dat de wetgever een zodanig ruime overgangsregeling heeft willen treffen dat een vermindering zou gelden voor reeds gestorte afvalstoffen waarvan enkel wordt gesteld dat deze de inrichting zullen verlaten. Dit zou immers leiden tot een veel verdergaand recht op vermindering dan waarop recht bestond onder de wettelijke regeling tot 1 januari 2012. Onder die regeling was immers vereist dat de afvalstoffen daadwerkelijk de inrichting hadden verlaten. Gelet hierop moet ervan worden uitgegaan, en zo blijkt ook uit de parlementaire geschiedenis, dat de wetgever een regeling heeft willen treffen voor afvalstoffen die wel reeds voor 31 december 2011 aan de inrichting waren afgegeven - en waarover dus afvalstoffenbelasting verschuldigd was geworden - maar waarvan op dat moment reeds vaststond dat deze niet gestort zouden gaan worden omdat ze de inrichting weer zouden verlaten. In dit licht dient ook de term ‘voorraden’ te worden gelezen: hiermee bedoelt de wetgever kennelijk niet-gestorte afvalstoffen die de inrichting weer zullen verlaten. Dat uit de parlementaire geschiedenis niet (expliciet) blijkt dat de wetgever claims onder de tot 1 januari 2012 bestaande regeling buiten bereik van de Overgangsregeling heeft willen houden is, anders dan eiseres betoogt, geen aanwijzing dat de wetgever deze claims wél onder de Overgangsregeling heeft willen brengen. In eerste instantie was immers bij de afschaffing van de afvalstoffenbelasting in het geheel niet voorzien in een overgangsregeling. Uit de toelichting bij de Nota van wijziging waarbij de Overgangsregeling in het leven is geroepen, valt niet op te maken dat de wetgever een zodanig ruime strekking aan de regeling heeft willen geven als eiseres betoogt. Deze toelichting heeft het immers over ‘binnen de inrichting voorradig afval dat niet is gestort omdat bij voorbaat bekend is dat het (deels) bedoeld is om het elders te verbranden, te hergebruiken of nuttig toe te passen’. Hieronder valt derhalve niet het afval dat dient te worden aangemerkt als gestort (geweest).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d5a73eb0621e5a7e56c4f3239f31982eea38cfa47c45b7cd7baf3ebdd424f30. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d5a73eb0621e5a7e56c4f3239f31982eea38cfa47c45b7cd7baf3ebdd424f30, en de alinea staat in dat document op bytes 29820 tot 32835.