Citaat | Rechtbank Noord-Holland 16 september 2015

Onder 4.3. Rechtbank Noord-Holland 16 september 2015

Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 16 september 2015, ECLI:NL:RBNHO:2015:8368.

De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt. De gemeente heeft, middels de beheersverordening, het standpunt ingenomen dat burgers met een recreatieverblijf op het recreatiepark in de winter door de week en buiten de kerstperiode hun recreatieverblijf alleen mogen bewonen indien daarvoor een vergunning is verleend. De eisen van een doeltreffende rechtsbescherming tegen de overheid brengen mee dat een burger, die de beheersverordening op dit punt onverbindend en daarom het inroepen en handhaven ervan jegens hem onrechtmatig acht, het geschil omtrent de verbindendheid van het voorschrift aan de rechter moet kunnen voorleggen. Nu de beslechting van dit geschil niet aan de bestuursrechter is opgedragen - tegen een algemeen verbindend voorschrift staat immers geen bestuursrechtelijke rechtsgang open -, moet de burger de vraag of dit deel van de beheersverordening verbindend is, in beginsel door middel van een vordering gegrond op onrechtmatig overheidsoptreden kunnen voorleggen aan de burgerlijke rechter. Dit laatste wordt niet anders doordat, indien de burger zonder de vereiste vergunning handelt en tegen hem handhavend wordt opgetreden, de verbindendheid van de desbetreffende regeling kan worden getoetst door de bestuursrechter in een procedure tegen de last onder dwangsom of bestuursdwang. Niet kan immers van de burger worden verlangd dat hij, hoezeer ook ervan overtuigd dat de regeling onverbindend is, het op handhavend optreden laat aankomen om die onverbindendheid in rechte te doen vaststellen. Evenmin kan in voormelde situatie van de burger worden gevergd dat hij, uitsluitend teneinde de vraag of de regeling onverbindend is aan het oordeel van de rechter te kunnen onderwerpen, de vergunning voor zover nodig en onder aantekening van zijn zienswijze omtrent de verbindendheid van de regeling aanvraagt, vervolgens een bezwaarschrift indient tegen de beschikking waarbij de vergunning al dan niet wordt verleend en zo nodig tegen de beslissing op dat bezwaar beroep instelt bij de bestuursrechter. Met het oog op een doeltreffende, waarborgen tegen misverstanden biedende regeling van rechtsbescherming tegen de overheid moet worden aangenomen dat ook het openstaan van deze weinig voor de hand liggende weg blokkering van de toegang tot de burgerlijke rechter niet kan rechtvaardigen (Hoge Raad 11 oktober 1996; NJ 1997,165).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/590dbf314463e75655a5bb687e7f8f9987ef6fe02ab4125d144f7f383be8c08d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 590dbf314463e75655a5bb687e7f8f9987ef6fe02ab4125d144f7f383be8c08d, en de alinea staat in dat document op bytes 34739 tot 37108.