Citaat | Rechtbank Noord-Holland 9 oktober 2015

Onder 2.10 Rechtbank Noord-Holland 9 oktober 2015

Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 9 oktober 2015, ECLI:NL:RBNHO:2015:9114.

‘(…) Cliënt is onder grote druk gezet toen hij beschuldigd werd van diefstal op de werkvloer. Daar weet hij inderdaad niets van omdat daarvan geen sprake is. Hem zijn vervolgens beelden getoond in aanwezigheid van de manager, een medewerker en uzelf in uw hoedanigheid van directeur. Gesproken werd over het doen van aangifte en ontslag op staande voet. Cliënt is daar erg van geschrokken en wist ook niet exact waar u het in eerste instantie over had aangezien het zijn werk is om wrakken te verplaatsen. De beelden heeft cliënt eerst dan goed kunnen plaatsen nadat hij van alle commotie was bekomen. Dat is zelfs na het moment van de afspraak op 24 juni jl. Want op dezelfde dag heeft hij u voornoemde brief geschreven en ook toen had hij de feiten nog niet helder op een rij. Hij had advies ingewonnen waarbij hij erop werd gewezen dat hij u onmiddellijke schriftelijke diende aan te geven niet in te stemmen me het akkoord. Dat heeft hij toen gedaan terwijl hij nog in de veronderstelling verkeerde dat u doelde op verplaatsing van een wrak.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/60f9efbbe35613e619ea9cbb74abf38ec473b1c39b985a8876c15a9182879fee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 60f9efbbe35613e619ea9cbb74abf38ec473b1c39b985a8876c15a9182879fee, en de alinea staat in dat document op bytes 14795 tot 15917.