Citaat | Rechtbank Noord-Holland 16 november 2016
Onder 3 Rechtbank Noord-Holland 16 november 2016
Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 16 november 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:10315.
26. Gelet op het voorgaande is aannemelijk geworden dat eiser is uitgenodigd tot het doen van aangifte. De enkele ontkenning van eiser is onvoldoende voor een andersluidend oordeel. Eiser heeft vervolgens niet tijdig aangifte gedaan. Dat eiser vanaf 9 december 1996 in voorarrest heeft gezeten, leidt de rechtbank niet tot de conclusie dat het verzuim eiser niet kan worden aangerekend, reeds omdat het voorarrest liep vanaf 9 december 1996, dus geruime tijd na afloop van de aangiftetermijn. De rechtbank is dan ook van oordeel dat eiser niet de vereiste aangifte heeft gedaan, als gevolg waarvan omkering en verzwaring van de bewijslast gegeven is. Voor zover eiser betoogt dat in dit verband (mede) van belang is of eiser met betrekking tot deze aangifte is herinnerd en is aangemaand, volgt de rechtbank eiser daarin niet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd94cd33d0dc497864680c07431326e8c05aa6b0cc418a41c0aed0cdec0fe551. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd94cd33d0dc497864680c07431326e8c05aa6b0cc418a41c0aed0cdec0fe551, en de alinea staat in dat document op bytes 39620 tot 40460.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bd94cd33d0dc497864680c07431326e8c05aa6b0cc418a41c0aed0cdec0fe551 | shasum -a 256