Citaat | Rechtbank Noord-Holland 16 november 2016

Onder 3 Rechtbank Noord-Holland 16 november 2016

Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 16 november 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:10315.

56. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Eiser heeft verzocht om een integrale kostenvergoeding. Volgens eiser rechtvaardigt de handelwijze van verweerder een dergelijke vergoeding. Van verregaand onzorgvuldig handelen of handelen tegen beter weten door verweerder is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. Aangezien niet van bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) is gebleken, ziet de rechtbank geen aanleiding om eisers verzoek te honoreren. De rechtbank zal dan ook een vergoeding vaststellen op basis van de forfaitaire vergoedingsregeling van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De rechtbank stelt de kosten voor alle zaken tezamen vast op € 1.488 (0,5 punt voor nadere stukken, 1 punt voor de zitting, 0,5 punt voor de nadere zitting, met een waarde per punt van € 496, een wegingsfactor van 1 wegens het gewicht van de zaken en een wegingsfactor voor de samenhang van 1,5 wegens het aantal zaken). Voor de eerdere proceshandelingen is aan eiser reeds een proceskostenvergoeding toegekend in de voorafgaande hofprocedure.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd94cd33d0dc497864680c07431326e8c05aa6b0cc418a41c0aed0cdec0fe551. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd94cd33d0dc497864680c07431326e8c05aa6b0cc418a41c0aed0cdec0fe551, en de alinea staat in dat document op bytes 55515 tot 56713.