Citaat | Rechtbank Noord-Holland 15 december 2016
Onder 6.3. Rechtbank Noord-Holland 15 december 2016
Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 15 december 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:10385.
De rechtbank stelt voorop dat gebruikmaking van de in artikel 11, tweede lid, van de Wob opgenomen mogelijkheid tot het in niet persoon herleidbare vorm verstrekken van documenten, een discretionaire bevoegdheid is. Dit betekent dat de rechtbank deze bevoegdheid terughoudend dient te toetsen. Verweerder heeft gemotiveerd waarom hij geen gebruik heeft gemaakt van de in artikel 11, tweede lid, van de Wob, opgenomen bevoegdheid. De rechtbank is van oordeel dat deze motivering niet onredelijk is. Eiseres heeft niet aangetoond dat de goede en democratische bestuursvoering gediend is met verstrekking van de geweigerde informatie. De rechtbank verwijst in dat verband naar de uitspraak van de Afdeling van 8 juli 2009 (ECLI:NL:RVS:2009:BJ1890). Alleen de financiële omvang van het project is daarvoor onvoldoende. De beroepsgrond slaagt niet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e93c9c7e2e3ebacbd07eb49710b93d86b0700f4ced4612c6864ee66e2d2f4ccb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e93c9c7e2e3ebacbd07eb49710b93d86b0700f4ced4612c6864ee66e2d2f4ccb, en de alinea staat in dat document op bytes 15284 tot 16142.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e93c9c7e2e3ebacbd07eb49710b93d86b0700f4ced4612c6864ee66e2d2f4ccb | shasum -a 256