Citaat | Rechtbank Noord-Holland 24 februari 2016

Onder 5.3. Rechtbank Noord-Holland 24 februari 2016

Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 24 februari 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:1762.

De kantonrechter oordeelt dat het finale kwijtingbeding in de vaststellingsovereenkomst niet ziet op de door [de vrouw] ingestelde vordering uit hoofde van ongerechtvaardigde verrijking. Daartoe overweegt de kantonrechter allereerst dat de beschikkingen en uitbetalingen van de belastingdienst dateren van na 4 januari 2014, de datum waarop de vaststellingsovereenkomst is gesloten. Ten tijde van het sluiten van de vaststellingsovereenkomst waren partijen dan ook nog niet op de hoogte van een mogelijke onterechte betaling door de belastingdienst aan een van partijen. De bepaling in de vaststellingsovereenkomst dat “ondergetekenden elkaar over en weer niets meer zijn verschuldigd” strekt voorts niet zover dat partijen hieraan redelijkerwijs de verwachting kunnen ontlenen dat zij gevrijwaard zouden blijven van vorderingen die ook willekeurige burgers tegenover elkaar zouden kunnen instellen, bijvoorbeeld indien een derde gelden bestemd voor de een over zou maken op het rekeningnummer van de ander.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e489f3d43e07de39a343e8b661b32431d4b3623b9e253c0367eeb2e3aec0b64b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e489f3d43e07de39a343e8b661b32431d4b3623b9e253c0367eeb2e3aec0b64b, en de alinea staat in dat document op bytes 12819 tot 13844.