Citaat | Rechtbank Noord-Holland 6 april 2016

Onder 3.4.7 Rechtbank Noord-Holland 6 april 2016

Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 6 april 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:2749.

De vrouw heeft, gelet op het voorgaande, gegronde vrees dat zij niet in persoon zal kunnen verschijnen bij de behandeling van de procedure in India. Het niet verschijnen in persoon in de procedure waar tevens het gezag van [minderjarige] door de man aan de orde is gesteld, zal in haar nadeel werken. Tenslotte acht de rechtbank van belang dat sinds de start van de procedure in India in mei 2015 driemaal een poging tot “counseling” is gedaan en de vrouw onbetwist heeft gesteld dat de procedure in India nog enkele jaren kan duren, hetgeen niet in het belang van [minderjarige] is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c31418fec933543978a2d05515d9b047b2c4125292c72c11fc327b97f79541b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c31418fec933543978a2d05515d9b047b2c4125292c72c11fc327b97f79541b9, en de alinea staat in dat document op bytes 31963 tot 32565.