Citaat | Rechtbank Noord-Holland 6 april 2016

Onder 3.4.8 Rechtbank Noord-Holland 6 april 2016

Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 6 april 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:2749.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het onaanvaardbaar zou zijn om van de vrouw te vergen dat zij haar zaak aan het oordeel van de Indiase rechter onderwerpt. De rechtbank stelt vast dat de vrouw de Nederlandse nationaliteit heeft en met [minderjarige] en [minderjarige] in Nederland woont, zodat de zaak voldoende met de rechtssfeer van Nederland verbonden is en aan de vereisten van artikel 9, aanhef en onder c, Rv is voldaan. De rechtbank zal zich derhalve bevoegd verklaren om van het verzoek tot echtscheiding kennis te nemen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c31418fec933543978a2d05515d9b047b2c4125292c72c11fc327b97f79541b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c31418fec933543978a2d05515d9b047b2c4125292c72c11fc327b97f79541b9, en de alinea staat in dat document op bytes 32678 tot 33257.