Citaat | Rechtbank Noord-Holland 26 april 2016
Onder 5.3. Rechtbank Noord-Holland 26 april 2016
Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 26 april 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:3312.
Anders dan eiseres stelt, is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een kennelijke vergissing of verschrijving in de zin van de beleidsregel ‘bestuurlijke handhaving Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag 2010’. Uit de beschikbare stukken, waaronder de door [naam 1] afgelegde verklaring, blijkt immers dat het inboeken van de in geding zijnde uren als stage-uren het gevolg is geweest van een afspraak met [naam bedrijf 1] , kennelijk naar aanleiding van ontevredenheid van [naam bedrijf 1] over de werknemers, en derhalve een bewuste keuze is geweest. Reeds daarom kan van een kennelijke vergissing of verschrijving geen sprake zijn. Voorts heeft verweerder ten aanzien van de boetebedragen het meest gunstige beleid gehanteerd voor eiseres en dit beleid juist toegepast, hetgeen eiseres ook niet heeft bestreden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd2ab5821549ebfc2c0efc31e8f2d818ee10a49a2b37e6a2d3c6dfb9acccb5b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd2ab5821549ebfc2c0efc31e8f2d818ee10a49a2b37e6a2d3c6dfb9acccb5b8, en de alinea staat in dat document op bytes 15760 tot 16607.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bd2ab5821549ebfc2c0efc31e8f2d818ee10a49a2b37e6a2d3c6dfb9acccb5b8 | shasum -a 256