Citaat | Rechtbank Noord-Holland 30 juni 2016
Onder 4.2.3. Rechtbank Noord-Holland 30 juni 2016
Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 30 juni 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:5331.
De Stichting en Breton hebben de belangen van de deelnemers naar beste kunnen en tot dusver met succes behartigd. Van het doen van uitkeringen in strijd met het bepaalde in artikel 2:285, lid 3 BW is geen sprake en kan geen sprake zijn, nu de Stichting geen eigen vermogen heeft waarover zij kan beschikken. Het vermogen van de Stichting bestaat momenteel uit de papieren vordering die zij heeft op de Staatsloterij in verband met de vergoeding van de buitengerechtelijke kosten. Uit de door verzoekers overgelegde productie 8 blijkt voorts dat alle betalingen zijn gedaan door de vennootschap. EEL, [Achternaam] Holding en Morand staan onder contract bij die vennootschap om diensten te verrichten voor de Stichting en met hen is een zakelijke afspraak gemaakt, waarbij per deelnemer een vast bedrag – veelal op basis van no cure no pay – in rekening wordt gebracht. De gemaakte kosten zijn reëel en zakelijk tot stand gekomen. Wat betreft de beweerdelijke schending van artikel 2:285, lid 3 BW wordt ten slotte ook de toets van artikel 2:298 BW, inhoudende dat redelijkerwijs geen verschil van mening mag bestaan over de onrechtmatigheid van het handelen of nalaten van de bestuurder, niet gehaald.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d1b5a30c5c38f0f12cbdf9fe921e7ec56b4f06fe149a54207b25f4ce9cafba60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d1b5a30c5c38f0f12cbdf9fe921e7ec56b4f06fe149a54207b25f4ce9cafba60, en de alinea staat in dat document op bytes 25156 tot 26375.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d1b5a30c5c38f0f12cbdf9fe921e7ec56b4f06fe149a54207b25f4ce9cafba60 | shasum -a 256