Citaat | Rechtbank Noord-Holland 28 juni 2016
Onder 5.18. Rechtbank Noord-Holland 28 juni 2016
Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 28 juni 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:5444.
In ieder geval vanaf 31 januari 2014, de datum waarop het Besluit kwaliteitseisen in het Staatsblad is gepubliceerd, wist of behoorde [de werkgever] te weten dat [de werknemer] uiterlijk per 1 april 2016 over een MBO-4 diploma moest beschikken om haar werk te kunnen voortzetten. Ook is [de werkgever] daarover geïnformeerd in een nieuwsbrief van januari 2014 van het bewindsbureau van de rechtbank Noord-Holland. [de werkgever] had overigens redelijkerwijs ook al enige tijd vóór januari 2014 daarvan op de hoogte kunnen zijn, omdat aan de publicatie van het Besluit kwaliteitseisen een consultatie is voorafgegaan van de beroepsgroep waartoe [de werkgever] behoort. Gelet op zijn scholingsverplichting op grond van artikel 7:611 BW, artikel 7:611a BW en artikel 3 lid 3 van het Besluit kwaliteitseisen had [de werkgever] dan ook in ieder geval zo spoedig mogelijk na 31 januari 2014 [de werknemer] in staat moeten stellen om een MBO-4 opleiding te volgen, zodat [de werknemer] een reële mogelijkheid had om aan het Besluit kwaliteitseisen te voldoen per 1 april 2016. [de werkgever] heeft echter pas voor het eerst in augustus en oktober 2014 enige actie ondernomen, waarbij die actie zich heeft beperkt tot het vragen van informatie bij opleidingsinstellingen, zonder dat dit tot scholing van [de werknemer] of een voorstel daartoe heeft geleid. Ook nadien heeft [de werkgever] slechts zeer beperkte inspanningen verricht om tot een gerichte scholing van [de werknemer] te komen. Op 29 mei 2015 heeft [de werkgever] het personeel geïnformeerd dat een opleiding gevolgd kon worden, maar dit heeft niet geleid tot de start van een opleiding. Rond 13 juli 2015 is een aanvang gemaakt met een EVC-traject, maar ook dit traject heeft niet geleid tot het daadwerkelijk volgen van de benodigde scholing, waarbij [de werkgever] bovendien aan [de werknemer] heeft meegedeeld dat het EVC-traject in eigen tijd en niet in werktijd gevolgd diende te worden. Pas nadat bleek dat [de werknemer] in het EVC-traject op basis van haar werkervaring slechts vier ervaringscertificaten kon verkrijgen, heeft [de werkgever] eind januari 2016 Heikens ingeschakeld om te onderzoeken op welke wijze [de werknemer] een erkende MBO-4 opleiding zou kunnen volgen om aan het Besluit kwaliteitseisen te voldoen. Uit het onderzoek van Heikens is vervolgens gebleken dat [de werknemer] niet tijdig en vóór 1 april 2016 een MBO-4 diploma zou kunnen behalen. Gelet op het voorgaande heeft [de werkgever] veel te laat en veel te weinig actie ondernomen om [de werknemer] in staat te stellen een MBO-4 opleiding te volgen en tijdig het vereiste MBO-4 diploma te behalen. Daarmee heeft [de werkgever] zijn scholingsverplichting als werkgever op grove wijze geschonden en dat is hem ernstig te verwijten. Daar komt bij dat ook niet, althans onvoldoende is gebleken dat [de werkgever] gedurende het dienstverband overigens relevante scholing of opleiding van enige omvang of betekenis aan [de werknemer] heeft aangeboden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e76038fc53a8d861d8e5adcb177108a914fb308a8cd5137d819d8664d3e31ab2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e76038fc53a8d861d8e5adcb177108a914fb308a8cd5137d819d8664d3e31ab2, en de alinea staat in dat document op bytes 29625 tot 32632.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e76038fc53a8d861d8e5adcb177108a914fb308a8cd5137d819d8664d3e31ab2 | shasum -a 256