Citaat | Rechtbank Noord-Holland 30 juni 2016
Onder 3.8. Rechtbank Noord-Holland 30 juni 2016
Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 30 juni 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:5889.
Van doorslaggevende betekenis acht de rechtbank het arrest van de Hoge Raad van 5 december 2014 (ECLI:NL:HR:2014:3533). Hierin wordt geoordeeld dat artikel 223 Rv analogisch van toepassing is in verzoekschriftprocedures. Net als in de bepaling van artikel 843a Rv, wordt in deze bepaling de term ‘vorderen’ gebezigd. Blijkens het arrest heeft dit enkele feit niet in de weg gestaan aan overeenkomstige toepassing van de bepaling op verzoekschriftprocedures. Daarbij is overwogen dat de wet en de aard van de verzoekschriftprocedure zich niet tegen die toepassing verzetten. De rechtbank oordeelt dat dit laatste eens te meer geldt voor de bepaling van artikel 843a Rv. Waar artikel 223 Rv staat in het deel van Rv dat expliciet handelt over de dagvaardingsprocedure (Boek 1, Titel 2, Afdeling 10), staat artikel 843a Rv niet daarin, maar in de afdeling voor “Enige bijzondere rechtsplegingen” (Boek 3, Titel 7, Afdeling 1), zodat eens te minder reden bestaat aan te nemen dat de wetgever heeft beoogd de mogelijkheid uit te sluiten om een vordering ex artikel 843a Rv bij verzoekschrift in te stellen. Het verzoek dient dus thans inhoudelijk beoordeeld te worden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea6f3b0f0d7fad949da055112522f202e144a2d35f0e2a6395d76474d209698a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea6f3b0f0d7fad949da055112522f202e144a2d35f0e2a6395d76474d209698a, en de alinea staat in dat document op bytes 20369 tot 21553.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea6f3b0f0d7fad949da055112522f202e144a2d35f0e2a6395d76474d209698a | shasum -a 256